Auto evenementen

De Ford Sierra was aanvankelijk niet zo’n grote hit. De Sierra werd in 1982 voorgesteld als opvolger van de heel traditionele Ford Taunus en het publiek vond het uiterlijk van de Sierra veel te futuristisch. Maar het kwam uiteindelijk wel goed met de verkoop. Bovendien was de Sierra de basis voor succesvolle race- en rally-auto’s. En die snelle versies zijn nu, 40 jaar later, nog altijd heel populair. Maar de ‘gewone’ Sierra? Die kwam, werd gekocht, werd gebruikt en verdween weer. Van mooie, nieuwe gezinsauto of ‘auto-van-de-zaak’ naar een zoveelste hands barrel dat voor weinig geld werd gekocht en werd opgereden, zonder veel geld uit te geven aan onderhoud.

En toch….
Ik ben op het EMWalhalla. Het ‘rijk van de onbekende en miskende auto’s’ (hun woorden). Het is een jaarlijks evenement en ik ben er nu voor de derde maal. EMW staat voor Elk Merk Waardig. Het wordt gehouden op het terrein van Toyota-importeur Louwman in Raamsdonksveer. Rond de iconische koepel.

En daar staat een Ford Sierra. Geen dure, sportieve uitvoering, maar een goedkope uitvoering. De goedkoopste zelfs. Met een (te) kleine 1.3 liter motor en een grijs plastic front. Bij duurdere uitvoeringen was het front gewoon in de kleur van de auto gespoten. Iedereen kon zien dat het de goedkoopste was en dat is precies de bedoeling. Want Ford verdient minder aan de goedkope uitvoering. Die is er alleen zodat ze in de folder kunnen zeggen dat de auto verkrijgbaar is vanaf slechts X gulden. Ford wil eigenlijk dat je de duurdere uitvoering koopt.

En toch werden de goedkoopste Sierra’s ook gekocht, en toch heeft iemand (of hebben iemanden) er voor gezorgd dat dit rode exemplaar er nog steeds is. Iemand vind het bijzonder genoeg. En dat is mooi.

Of neem nou die bescheiden Opel Kadett. De E-Kadett (vijfde generatie) werd geïntroduceerd in 1984. Ook van de Kadett waren er snelle uitvoeringen die nu nog populair zijn. En er waren heel veel, hele gewone uitvoeringen. Die gewoon opgebruikt werden. En toch staat hier een Kadett uit midden jaren ’80. Ja, het is een luxe GLS-uitvoering, maar dat maakt ‘m nog niet bijzonder. Hij staat hier te glimmen zoals in de Opel-folder die ik ook had.

En er staan verschillende Peugeots 309. Ook uit de jaren ’80. Eigenlijk ontworpen als Talbot Arizona. Maar er zat geen leven meer in het merk Talbot en dus werd het een stiefkindje in het Peugeot gezin. Wat te denken van een saaie Mitsubishi Lancer. Nee, niet de snelle Turbo, maar de gewone. Grijs en vierkant.

Het is merkbaar drukker dan vorig jaar. En ja, het is lekker weer. Maar dat was het vorig jaar ook. En in 2024 was het ook heerlijk. Dus dat maakt het verschil niet. Mede door het Youtube-kanaal HubNut is het evenement ook bekend in Groot Brittannië en zijn er veel Engelsen. Met passende auto’s (rechts gestuurde Citroën Visa!). En Ian Seabrook (Mister HubNut) is druk in de weer om een nieuwe video op te nemen. Er zijn maar liefst twee boekpresentaties over Nederlandse auto’s: de Max Roadster (nee, niet die Max) en de Volvo 300-serie, die ooit bedoeld was als DAF 77.

En de sfeer is gemoedelijk. Iedereen, jong en oud, geniet van de variatie, de eenvoud en de creativiteit. Oude auto’s hebben geen agressief uiterlijk. En ze zijn kleiner en lichter dan moderne auto’s en eigenlijk nog net zo bruikbaar als toen ze nieuw waren. Dat wil zeggen: het is lastiger om ze gaande te houden want onderdelen worden lastiger te krijgen bijvoorbeeld. Maar de ontwerpen zoals ze bedoeld zijn, voldoen nog prima. In dat opzicht zijn auto’s niet meer beter geworden sinds…. De jaren ’90 misschien? De techniek is wel efficiënter. Leg een moderne verbrandingsmotor in een klein en licht autootje van 30 jaar geleden en je zal zien dat je veel minder brandstof zal verbruiken. Maar ‘we’ willen blijkbaar alleen maar grote en zware auto’s en veroorzaken zo ons eigen probleem.

Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wie ‘we’ zijn in die laatste zin. In Raamsdonksveer zie ik veel autoliefhebbers die juist te porren zijn voor eenvoudig, creatief, licht en klein (c.q. niet onnodig groot). De brandstofprijzen houden deze mensen in ieder geval niet tegen om te komen (voorlopig). Maar veel auto’s hier verbruiken dan ook niet meer dan ‘moderne’ auto’s. En ze zijn nog niet op de afvalberg gegooid. Dat is ook wat waard. Er is geen politiek en er zijn geen zure gezichten.  Wat er wel is: liefde en waardering voor creativiteit en voor wat we wel hebben. Dat zouden meer mensen mogen hebben.

Peter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *