Eilandhopper

Via een lange omweg probeer ik in deze bijdrage duidelijk te maken, waarom het belangrijk is om werk te maken van het ontwikkelen van je kennis over kunst en cultuur. Interesse in kunst is heel direct praktisch inzetbaar. Een voorbeeld.

Als ik tijdens een verblijf op Vlieland een rit kan maken met de Vliehorsexpres, doe ik dat. De Vliehors is de grote zandvlakte aan de westkant van het eiland en veruit de belangrijkste reden waarom in de vuurtoren van Texel wel eens zou wil beklimmen op een zonnige dag. Vanwege het uitzicht over de Vliehors. Maar ja, dan moet je dus naar Texel….

De Vliehorsexpres is een oude, Duitse legervrachtwagen die geel is gespoten en waarmee groepen toeristen worden rondgereden over de zandvlakte. Normaal gesproken mag je alleen in het weekeinde zelfstandig de Vliehors op. De luchtmacht oefent er maandag tot en met vrijdag (het blijven ambtenaren nietwaar) en dan is het te gevaarlijk. De chauffeur van de vrachtwagen heeft contact met de verkeersleiding zodat ook door de week ritten in relatieve veiligheid gemaakt kunnen worden.

Ergens op de zandvlakte staat het reddingshuisje. Ooit neergezet als toevluchtsoord voor drenkelingen die in het water rond Vlieland in de problemen zijn geraakt en voor het laatst echt gebruikt tijdens de stormvloed van 1953. Nu juttersmuseum en trouwlocatie. In de ‘toeristenmaanden’ wordt er bij het huisje met juthout en allerlei aangespoelde spullen een omheining geplaatst. Als openlucht juttersmuseum en enigszins beschutte plek voor dus bijvoorbeeld die trouwceremonies.

De oplettende lezer heeft in de voorgaande drie alinea’s een paar ‘uitdagingen’ kunnen ontdekken voor de ambitieuze landschapsfotograaf. Want de ambitieuze landschapsfotograaf probeert het wezen van die omgeving vast te leggen en het wezen is nogal minimalistisch: het is een zandvlakte. Je hebt zand en lucht. En dat is het.

Een grote gele vrachtwagen met toeristen en een bonte verzameling van aangespoeld spul gelden over het algemeen niet als minimalistisch. En omdat ik tot op heden eigenlijk nooit meer in het weekeinde op het eiland ben geweest (alleen de eerste keer in 2010) ben ik eigenlijk altijd afhankelijk geweest van die grote gele vrachtwagen met toeristen. En misschien ten overvloede: toeristen lopen altijd in de weg. Dat bedoel ik niet kritisch; het is gewoon een natuurwet.

Ik ken het reddingshuisje om dezelfde logistieke redenen ook alleen maar met de schutting van juthout en aangespoelde voorwerpen. Terwijl de ‘echte’ foto toch die moet zijn zonder dat spul. Zeker niet onmogelijk ook. Maar het komt nu eenmaal zo uit. Ik moet gewoon wat vaker op Vlieland zijn…..

Er zijn dus wat praktische bezwaren bij het realiseren van ‘echte’ Vliehorsfoto’s. Maar het is echt de moeite waard want juist in dat minimalisme zit de uitdaging en het plezier. Bovendien is de Vliehors echt elke keer anders. Als het een tijd niet geregend heeft, is het zand bijna wit. Als het de voorgaande dagen riant geregend heeft, staat er juist veel water. En de eeuwig ongrijpbare wolken spelen een grote rol in het beeld.

Toeristen in beeld vermijden is een kwestie van timing. Geduld aan de ene kant en snel reageren aan de andere. Als de compositie die je op het oog hebt ‘vrij’ is, moet je toeslaan. Ik heb ook een aantal foto’s van het reddingshuisje zonder toeristen. Da’s een kwestie van als eerste uit de vrachtwagen zijn, of als laatste terug en / of strategisch rondhangen op het achterbalkon van de wagen. Wat sowieso een goede plek is, omdat je een wat hoger standpunt hebt.

Maar dan die omheining bij het huisje. Eventueel weg fotoshoppen is een optie. Maar wel een bewerkelijke.

En hier helpt dan de kunstkennis. Op 8 september 2016, mijn verjaardag nota bene, ben ik een handje geholpen door de schilder Edward Hopper. Niet te verwarren met de acteur Dennis Hopper, die ook schilderde en fotografeerde. Edward (22 juli 1882 –15 mei 1967) was ook iets eerder.

Hoewel ik tijdens mijn opleiding de nodige kunstgeschiedenis heb gehad, heb ik Edward Hopper leren kennen door de drank. Soort van. Met het oog op een bezoek aan Antwerpen, samen met mijn vader, nam ik een gids door en stuitte op Café Hopper, tegenover het Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten. Aldus de gids genoemd naar Edward Hopper. En zodoende ben ik naar zijn werk gaan speuren. En ja, we hebben ook een Bolleke gedronken in D’n Hopper.

De grap is dat de composities van Hopper bewust en/of onbewust beïnvloed zijn door de fotografie. Omdat een schilder een subjectiever weergave maakt van de werkelijkheid, kan een schilder een beetje manipuleren en valsspelen met de elementen in de compositie, om ze allemaal in beeld te krijgen. Een fotograaf kan dat minder. Hij of zij kan wel moeite doen om een goed standpunt te vinden, maar ergens houdt het op. De elementen in je compositie staan waar ze staan. Door de komst van de fotografie is de kijker daarom geconfronteerd met composities met afgesneden gebouwen, halve bomen, en afgehakte koetsen.. Je leert anders kijken. Andere reden waarom compositie in de fotografie anders is: een lens draait het beeld 180 graden. In de tijden voor spiegelreflexcamera’s en elektronische zoekers keek de fotograaf bij het maken van de compositie naar een gedraaid beeld. Wat heel verfrissend kan werken omdat je een beetje loskomt van de werkelijkheid. In de klassieke schilderkunst gebeurde dat allemaal niet. Maar Edward Hopper heeft elementen uit die nieuwe beeldtaal overgenomen.

En zo sta ik op die 8ste september in het zand bij het reddingshuisje te prakkiseren wat ik doe om het tafereel zo puur mogelijk vast te leggen. Met huisje, maar zonder de schutting. De afgelopen dagen waren droog, dus het zand is wit. De lucht is bijna egaal blauw. En ik denk bewust aan de schilderijen van Edward Hopper. Een paar beelden schieten door mijn hoofd en ik gebruik zijn stijl, zijn ogen, om een compositie te maken. Door het blauw, het wit en de geometrische vormen van het huisje, zou je ook nog aan Mondriaan kunnen denken. Op de achtergrond speelt die misschien ook wel een rol, want ik heb daar grote bewondering voor, maar ik denk op dat moment expliciet aan Hopper.

Wie zei daar dat kunstgeschiedenis geen praktisch bruikbare kennis oplevert? Kijken naar oplossingen die anderen bedacht hebben, helpt je enorm bij het oplossen van de vragen die je zelf tegenkomt. Daarom zal ik ook altijd volhouden dat intuïtie of instinct niet iets ‘magisch’ is. Het is een vorm van ervaring en kennis en die kan je ontwikkelen. Meer nurture dan nature. Geloof me: je kan aan foto’s ook zien als de maker daar minder mee bezig is. Enthousiasme en technische beheersing van de camera kunnen dat niet camoufleren.

Peter

 

Meer foto’s kijken?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.