Boeren, burgers en buitenlui

Waarmee het ‘ganse volk’ wordt bedoeld. In een uitleg van die uitdrukking die ik tegen kwam wordt expliciet gezegd dat, lang geleden, kwakzalvers op jaarmarkten met die woorden het publiek trokken. En in 2017 was deze uitdrukking het thema van de nationale monumentendag.

Er zit historie achter uiteraard.

Burgers. De mensen in de burg. Of burcht. Of vesting, of ommuurde stad. De mensen die beschermd kunnen worden door de autoriteiten. Die ‘er bij horen’. Er is handel en er is rijkdom. Voor een deel van de mensen althans. Maar binnen de muren ben je veilig. Misschien wel ten koste van je vrijheid. Want ’s avonds gaan de poorten dicht. En je bent veilig tegen vijandige legers en gewelddadige bandieten. Maar je zit dicht bij elkaar. Als er brand uitbreekt binnen de muren heb je een groot probleem en ziektes verspreiden zich snel. Dat kun je bestrijden door nog meer stenen en nog minder natuur. De stront verstoppen en een eigen kunstmatige wereld bouwen en alles regelen en organiseren.

Boeren. Akkers passen niet in de burg. Boeren blijven op de akkers buiten stadsmuren. Boeren konden daarom niet goed beschermd worden door de autoriteiten. Maar ze horen er bij als ze maar elke zaterdag naar de markt, en elke zondag naar de kerk komen. Er is een maar: zonder boeren geen burgers. Minder mensen hoeven bezig te zijn met het produceren van voedsel en dus kunnen ze in de stad gaan wonen om andere dingen te doen. Je kan niet met z’n allen in een ommuurde stad gaan zitten als niet iemand anders zorgt voor je voedsel.

Ik verwees al eens eerder naar de Amerikaanse fysioloog en evolutiebioloog Jared Diamond die landbouw de grootste fout van de mensheid heeft genoemd. Omdat de komst van de landbouw een andere organisatie van onze samenleving mogelijk maakte. En dat is niet per se een verbetering gebleken. Ik ben het er gedeeltelijk mee eens. Een ‘fout’ is een verkeerde beslissing. Maar ik denk dat het uitvinden van landbouw onvermijdelijk was en geen kwestie van een beslissing. Waarom zou je elke dag een paar kilometer lopen om een paar bessen te verzamelen, als je die zaden voor je eigen deur in de grond kan stoppen? En waarom zou je die bessen niet verhandelen. Er was geen moment waarop iemand kon hebben gezegd: dit gaat fout.

De onnatuurlijke wereld van de stad kan alleen bestaan als een kleine groep verbonden blijft met de aarde en blijft wroeten en ploeteren. Het gaat fout als de ‘burgers’ vergeten dat er een natuurlijke omgeving is. Het is daarom niet vreemd dat juist boeren zo boos worden, volgens mij.

Stadsmuren zijn er niet meer. Oorlog voeren doen we nu op een andere manier. Die oorspronkelijke reden om in een stad te wonen is er al lang niet meer. Het grootste voordeel is weg. De nadelen zijn er wel nog. Dicht op elkaar, ziekte, afstand tot de natuurlijke omgeving.

En daarom is er nog wel een verschil tussen boeren en burgers. Hoe groot en industrieel een boerenbedrijf ook kan zijn; je komt nooit volledig los van de natuurlijke omgeving.

En de buitenlui? Zijn dat natuurliefhebbers? Of actie-poppetjes in een Bever-outfit? Nee, niet per se. Het zijn in ieder geval buitenstaanders. Ze horen niet bij een stad. De term ‘buitenlui’ kan alleen door burgers bedacht zijn. Boeren zitten zelf ‘buiten’ dus ‘buitenlui’ bestaan voor hen niet. Buitenlui zijn in ieder geval geen ‘binnenlui’. Het zijn geen burgers en ze hebben minder rechten in de stad. Zwervers, kooplui, kwakzalvers, charlatans, maar ook artiesten, zangers, acteurs. Waarnemers. Hun leven is onzeker, ze hebben minder, maar zijn ergens ook minder kwetsbaar. En ze weten dat er een wereld is buiten de stad. Een wereld die niet verzonnen is. Ze hebben geen encyclopedische kennis van elke vogel, boom of paddenstoel, maar kunnen buiten overleven. Het zijn geen natuurliefhebbers, maar natuurrealisten. Een stad kan ten onder gaan. ‘Buiten’ niet.

Ik zit op Schiermonnikoog kort na de aankondiging van de stikstofplannen. De eerste manifestatie in Stroe vind plaats als ik op het eiland ben. Op het veld voor het gemeentehuis staat een trekker met spandoek. Op het eiland is een aantal boerderijen. En er is een polder. Van de melk van de eilander koeien wordt kaas gemaakt. Op de wal. Net in die week wordt ook bekend gemaakt dat er een subsidie van de provincie is toegekend voor een kaasfabriek op het eiland. In de polder, naast het nationaal park. Boven de polder zweeft een buizerd. Bij een weiland zie ik een vogelspotter.

Op mijn geliefde Vlieland zijn geen boerderijen. Toeristen mogen hun auto niet meenemen, net als op Schier. Op de Facebook vraagt iemand of er op Vlieland dan maar mensen moeten worden afgeschoten?

Net zo onvermijdelijk als de ontdekking van landbouw: iedereen wortelt in zijn eigen grond. Oftewel: je vindt in je eigen achterban altijd argumenten voor je eigen gelijk. Da’s comfortabel, maar je hebt er niets aan. Zoals de grond ook uitgeput raakt bij langdurig eenzijdig gebruik,

Kortom: we gaan lekker met z’n allen.

Peter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.