Een neus voor compositie

‘Ruiken lekker hè?’

Zoiets zei hij. Ik weet het niet meer precies, maar de oudere heer gaat er in ieder geval van uit dat ik met mijn neus op de rozen zit om de geur op te snuiven. Maar nee, ik ben uiteraard bezig met foto’s maken. Al neem ik de geur van de rozen er graag bij natuurlijk. Ik speur in de rozen naar een compositie. Want daar heb ik nou eenmaal een neus voor.
Naast mij, aan haar blauwe draagriem, bungelt mijn trouwe Nikon voorzien van macro-lens. Omdat de bewuste rozenstruik tussen de meneer en mij staat, heeft hij dat waarschijnlijk niet eens gezien.

De locatie: Kasteeltuinen Arcen. Ik ben op het jaarlijkse rozenfestijn. Ik maak geen foto’s om inspiratie op te doen voor mijn tuin, want die heb ik niet. Evenmin ben ik een encyclopedie van bijzondere rozen aan het samenstellen. Ik let niet op de bordjes. Maakt me niet uit of de rozen zeldzaam zijn, of juist heel gangbaar. Het gaat me echt om kleur en vorm. Soms vind je iets bijzonders in één bloem en dan weer is het een combinatie van meerdere bloemen. Ik speur daarom naar hele mooie exemplaren, of juist exemplaren met een ‘hoekske af’ zoals ze in België zeggen. Met een onregelmatig randje bijvoorbeeld. Of met een kleur die net afwijkt. En dan let ik op mooie combinaties. Kan je de camera zo gedraaid krijgen dat je in de onscherpe achtergrond bloemen krijgt met een heel andere kleur. En hoe valt het licht op de bladeren in de achtergrond en ontstaat daardoor een lijnenspel dat het plaatje iets extra’s geeft. Het lijken gewoon maar plaatjes van bloemen, maar geloof me: er is maar heel weinig dat ‘toevallig ook’ op de foto’s staat.

Gevolg is daarom dat ik soms lang naar een struik sta te kijken en ik de tijd ook een beetje vergeet. Wat een goed teken is. Ik maak me ook niet druk om wat mensen misschien denken over dat mysterieuze getuur in de struiken. Het is erg ‘zen’ en ‘mindfull’ eigenlijk.

Elke foto moet een verhaal zijn. En daarmee bedoel ik niet hoogdravend dat elke foto een diepere betekenis moet hebben. Een goede compositie leidt mensen door het beeld en zoals het een goede gids betaamd, wijs je de mensen op dingen die ze anders niet zouden zien. Dat is het verhaal. En een goede foto heeft een goed verhaal. Dus een goede compositie.

Zoals je met een geschreven verhaal, of in een film, verschillende vertelstijlen en verhaalstructuren kan gebruiken, zo kan dat ook in de compositie van een foto. Soort van.

Ik probeer het uit te leggen aan de hand van films.

Een James Bond film is altijd min of meer hetzelfde opgebouwd. Aan het begin van de film wordt meteen het probleem geïntroduceerd. Dat is altijd een groot en duidelijk probleem. Vervolgens gaat James Bond op pad om het op te lossen. Daarbij stuit hij op een x-aantal problemen op een x-aantal locaties.

En ik beleef veel plezier aan een Bond-film op zijn tijd, maar ik hou ook heel erg van de films van bijvoorbeeld regisseur Robert Altman. Zijn bekendste film is M.A.S.H. Die film speelt in een Amerikaans militair veldhospitaal tijdens de Korea-oorlog. Op zich een extreme situatie, maar binnen de kaders van dat extreme is er niets bijzonders aan de hand. Er is geen ‘probleem’ op de Bond-manier. Je wordt meegenomen in het dagelijkse leven van mensen die ver van huis in een uitzonderlijke situatie geestelijk en fysiek moeten overleven. Het is de kracht van de verteller Altman dat er toch één verhaal ontstaat, met één lijn en een climax. En aan het einde ontrafelt die lijn weer. Altman was  er een meester in om het publiek zo te laten kijken dat ze ‘meer’ zagen.

Aan die Altman-films moet ik denken bij het fotograferen en bekijken van de bloemenplaatjes. Als je in een bloemenperk staat te turen is er niet één vanzelfsprekend aandachtspunt. (Er is niet één, duidelijk ‘Bond’-probleem, zogezegd) Alle bloemen zijn mooi en zo’n hoeveelheid bloemen bij elkaar kan je bijzonder noemen. Maar daarmee is er geen bloem extra bijzonder. Je moet daarom wat meer moeite doen om iets te ontdekken. Het is er wel, maar het openbaart zich niet vanzelf. Verre van goddelijke interventie, of iets anders van bovenaf: je moet zelf al veel gezien hebben. En dan bedoel ik echt bewust gezien. Hoe meer bagage, des te meer kans heb je om iets te ontdekken. En die bagage kan van alles zijn. Foto’s, schilderijen, architectuur, maar ook bijvoorbeeld boeken en films dus.

En het fascinerende is, dat dit ook gebeurd in het groot. Bijvoorbeeld op Vlieland. Vlieland heeft, strikt genomen, niet zoveel visuele ankerpunten. En die ankerpunten die er zijn, worden uiteraard al heel veel gebruikt. Je moet je realiseren dat je de hele tijd door composities loopt, die de hele tijd veranderen en zelfs heel vluchtig kunnen zijn. Die grote lege ruimte zonder expliciete visuele ankers is hetzelfde als een rozenstruik of een verzameling veldbloemen, willekeurig door elkaar.

Foto’s van bloemen en foto’s van de Vliehors hebben voor mij daarom veel meer met elkaar te maken, dan je op het eerste gezicht zou denken.

Peter

 

 

Meer foto’s kijken?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.