Fryslân 1

Posted on

Friesland is lange tijd een schandalig onderbelichte plek geweest in mijn ontwikkeling. Ik kom uit een dagtochten-gezin. Wat wil zeggen dat we (vader, moeder, zus en ik) de vakantietijd vooral besteedden aan dagtochten met trein en bus naar pretparken, dierentuinen, musea en andere vrijetijdscuriosa.

Vanuit het prettige, maar niet heel erg centraal gelegen Weert, was en is Friesland gewoon te ver voor een enkel dagje uit. Groningen ook eigenlijk. Drenthe ging nog net. Dat wil zeggen: de dierentuin in Emmen. Veel meer ook niet. Logistiek werd het er niet beter op toen ik in Heerlen ging wonen en Venlo is wat openbaar vervoer betreft eigenlijk ook iets slechter dan Weert, al ligt het hemelsbreed dichter bij de genoemde provincies.

Toen kwam daar Vlieland en opeens kwam ik door Friesland. Dat was 2010. En ja: Vlieland hoort bij Friesland, dus technisch gezien verblijf ik daar in Friesland, maar het zijn toch twee verschillende dingen. Vlieland wil volgens mij niet echt ergens bij horen, maar wij hebben in Nederland nu eenmaal onze provincies en dan ben je als eigenwijs eiland het beste af bij de meest eigenwijze provincie.

Maar goed. Omdat ik altijd wel een zekere sympathie heb gehad voor Friesland, begint het sinds 2010 ook wel te knagen dat ik na al die jaren dan eindelijk eens in Friesland ben om het dan meteen maar voorbij te sprinten op weg naar m’n eiland. Een overstap in Leeuwarden en als ik op tijd in Harlingen ben, daar dan even wat rondkijken. Maar dat is het dan.

Het knagen wordt erger omdat Harlingen een leuke stad blijkt. Dus als de NS en concullegae meewerken en ik zodanig op tijd in Harlingen ben dat ik op mijn gemak kan lunchen, doe ik dat bij een adresje in het centrum en niet bij het restaurant van de rederij. Hoewel er niets mis is met dat restaurant.

Een belangrijke reden om op pad te zijn is het fotograferen. En liefst met een fatsoenlijke camera. Geen alles-in-een compact. Dus dan sleep je wat extra’s mee. Naar Vlieland, en nu ook Schiermonnikoog, is dat eigenlijk simpel. Ik sleep twee tassen mee: één voor de kleding etc. en een grote cameratas met Nikon & Co. In kledingtas gaat ook een kleine fototas mee, die ik gebruik op het eiland zodat ik niet altijd de grote fototas hoef mee te slepen. Ik heb op het eiland dan ook niet altijd alle fotospullen bij me, maar omdat het eiland compact is, kan je snel tussendoor even wisselen in je uitvalsbasis.

Op de heenreis en op de dag van de terugreis komt het dan niet echt van fotograferen omdat je met die grote kledingtas sleept. Da’s niet zo erg, omdat de reis het grootste deel van de dag vult en je hele aandacht vraagt. Al is er vanaf de boot vaak wel wat te fotograferen, maar dan ligt je kleding in de bagagetrolley op het autodek. Dus heb je je handen vrij. De puzzelstukjes passen eigenlijk heel mooi in elkaar op die reisdagen.

Met zo’n paar dagen Friesland is dat minder vanzelfsprekend. De reis is ook lang, maar niet zo lang dat je op reisdagen niets anders meer kan doen, zien en fotograferen. Maar tot het moment van inchecken op je verblijfadres en vanaf het moment van uitchecken, sleep je met je bagage.

Dus hoe hou ik het compact? Ten eerste door niet te veel dagen achter elkaar weg te gaan. Dan hoef je namelijk niet zo veel kleding etc. mee te slepen. Ten tweede, en dat is de simpelste (ha, ha), door goed te leren fotograferen. Hoe meer vertrouwen je hebt als fotograaf, des te makkelijker durf je te kiezen om bepaalde lenzen niet mee te nemen. En dus ook bewust er voor te kiezen om bepaalde mogelijkheden niet te hebben.

En zoals het Duitse gezegde luidt: ‘in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.’ De noodzaak om minder fotospullen mee te nemen, dwingt me ook tot voorbereiding. Met het een reisgidsje en uiteraard internet. En die voorbereiding en aandacht maakt nu net het verschil. Want ik bereid voor met het oog op het fotograferen.

Terug naar Friesland. Het duurt vanaf het eerste bezoek aan Vlie in 2010 nog tot 2017 voordat ik een tripje naar Friesland begin voor te bereiden. En waar Vlieland inmiddels een rustpunt is, zijn de Friese steden dat nog niet. Ik wil zo veel mogelijk zien en het is dus een beetje Europa op z’n Amerikaans: ‘it’s Tuesday, so this must be Paris’. Tot september 2018 irriteerde me dat ook wel aan mezelf, maar op 2 september 2018 was ik in Museum Helmond bij een rondleiding door de Belgische fotograaf Carl de Keijzer. Hij vertelde over zijn foto’s die hij in Noord Korea had gemaakt. De beelden stralen een enorme rust uit, maar zijn in een enorm tempo gemaakt omdat hij, georganiseerd en bewaakt, in een noodtempo langs alle bezienswaardigheden werd geleid die het officiële okido van de staat hadden. Dat de foto’s zo’n rust uitstralen, zo verzekerde hij zijn publiek, is een kwestie van goed waarnemen en ervaring. Sinds die rondleiding vind ik het dus eigenlijk ook wel een sport om zo te werken.

Verdere vergelijkingen met Noord Korea zijn verder niet op hun plaats. Friesland bevalt me namelijk wel. De Friezen ook. Zo’n geval van: had ik veel eerder moeten doen. En ik ben nog lang niet uitgekeken. Ik realiseerde me dit jaar, in de trein terug naar Venlo, dat ik inmiddels over de helft ben qua Friese Elf Steden. Dat rijtje moet compleet en Franeker, Bolsward, Workun en Stavoren staan dus nog op de verlanglijst. Het is een ontzettend toeristencliché natuurlijk, maar je mag nooit bang zijn voor het cliché.

Wordt vervolgd.

Peter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *