Dit vinden wij niet leuk

In de afgelopen weken kwam deze foto uit 2013 weer bovendrijven in mijn geheugen. Ben er niet ongelukkig mee, maar als er ooit een boek verschijnt met mijn werk, zal dit de selectie waarschijnlijk niet halen. Hoewel het apart is, dat ik me deze foto blijf herinneren. Da’s echt niet met alle plaatjes het geval. Dat ik aan het plaatje moest denken heeft alles te maken met de actualiteit.

Om meteen de plichtplegingen achter de rug te hebben: het is het oude Johan van Oldenbarnevelt  gymnasium in Amersfoort. De ingang ligt aan de Groen van Prinstererlaan, maar de foto is genomen vanaf de Barchman Wuytierslaan met mijn rug naar het station. Je komt er langs als je vanaf het station naar de dierentuin gaat. De architect is ir. Christiaan Bonifacius van der Tak. Tot mei 1945 was hij stadsarchitect van Amersfoort. Wegens lidmaatschap van de verkeerde partij verbleef hij na zijn ontslag bij de gemeente nog een tijd in Amersfoort. Maar dan in het kamp dat mede dankzij ‘zijn club’ in de jaren ervoor gebruikt kon worden om verzetsmensen op te sluiten. Desondanks is het gebouw een rijksmonument. En waarom ook niet?
En in het gebouw zitten nu kantoren. Ook in 2013 al. Ben er een tijdje niet geweest. Via internet zie ik, dat het grasveld heeft plaats gemaakt voor een waterpartij met wat tuin er omheen. Enkel toegankelijk voor de gebruikers van het pand, zo te zien.

Enige idee wat deze foto te maken heeft met de actuele situatie?

Het heeft iets te maken met Nederlanders die zich wel of niet aan regels kunnen of moeten houden.

Het olifantenpaadje! Het uitgesleten spoor in het gras van mensen die toch meer zien in de kortste route. Directe Nederlanders. Meest waarschijnlijke veroorzakers zijn de gebruikers van het kantorenpand zelf. Deel van hen zal met het openbaar vervoer naar het werk komen en dus van en naar het station moeten en ja, dan is dit de kortste route naar de ingang. Of zijn het toch de mensen die in de achterliggende wijk moeten zijn? Wie Amersfoort kent, weet dat je het dan hebt over een beschaafde wijk. Maar wat is beschaving?
Hoe dan ook. De kunst en cultuur liefhebber in mij heeft hier uiteraard moeite mee omdat je geen respect toont voor de architectuur. Als je een pad aan moet leggen dat past bij het gebouw, doe je het ook niet daar, langs die route.

En tegelijk maakt dat zowel het pad als de foto interessant. Vandaar dat ik het olifantenpaadje nooit heb weggewerkt in Photoshop. Wat makkelijk zou kunnen.

En geen angst: ik begin geen project om olifantenpaadjes vast te gaan leggen. Alleen al omdat dat al lang en breed gedaan is. Compleet met boek en website. Plus ik heb dus een hekel aan die dingen.

Ik moest een paar weken geleden aan de foto denken toen ‘wij’ ons ergerden aan de mensen die zich niet aan de corona-regels hielden en dat het in Duitsland toch allemaal veel beter ging. En dat dit werd uitgevent in de media. Dat van die Duitsers is inmiddels achterhaald want die zitten ook in een tweede golf en nu ergeren ‘wij’ ons alleen nog maar aan mensen die zich niet aan de corona-regels houden, punt.

Er is ooit een tijd geweest waarin een bank klanten dacht te kunnen werven met opruiende teksten zoals ‘15 Miljoen mensen. Op dat hele kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor. Die laat je in hun waarde.’ (Fluitsma en Van Tijn, 1996). In die tekst stonden meer toespelingen op onze vermeende ondeugendheid die eigenlijk ook weer een gevolg is van onze nuchterheid. Vandaar dat olifantenpaadjes zo goed bij ons passen. Geen gezeur: we nemen de kortste weg.
Maar goed, die ongehoorzaamheid wordt niet meer gewaardeerd en hoewel er in 25 jaar dus blijkbaar best veel kan veranderen in een volksaard, leunen we nog steeds maar wat graag tegen het idee aan dat Duitsers gewoon beter zijn in het opvolgen van bevelen.

Ik denk, ik noem het even.

Waar ik mij aan erger betreffende ‘ons’ is dat ‘wij’ ons nu OVERAL aan ergeren wegens corona. En hoewel het feitelijk inderdaad zo is dat ‘zij’ zich niet aan corona-regels houden, moeten ‘wij’ ‘ons’ eens af gaan vragen of ‘wij’ corona niet te makkelijk als labelmachine gebruiken.

Zo krijg je bij mij al nooit de handjes op elkaar voor grote feesten in natuurgebieden. Nee, het gaat doorgaans niet om beschermde natuurreservaten, maar ook een kunstmatig aangelegd bos heeft zijn nut als groen. En ik heb gewoon een hekel aan de menselijke arrogantie dat we alles maar onder onze voorwaarden moeten opeisen met veel lawaai en zo. Met corona heeft die ergernis bij mij nooit te maken gehad eerlijk gezegd. Veel groter kon die ergernis eigenlijk al niet meer worden.

Waarbij ik iedereen zijn feest gun. Maar het moet geen vanzelfsprekendheid zijn. Sowieso word je uiteindelijk een stuk gelukkiger als je geen extreme prikkels nodig hebt om schoonheid en plezier te ervaren.

Idem het gedrang in het openbaar vervoer en, och ja, overal eigenlijk. Iedereen; alle leeftijden, alle kleuren en alle geslachten, loopt maar te dringen en te doen. Als iemand dat nu doet, kan ik wel ‘corona’ roepen, maar dat is een beetje laf. Pre corona had ik daar al moeite mee.

Of toen het na de eerste lock-down weer drukker werd in de stad om mij heen. Het ongebreideld zwelgen in de consumptiemaatschappij heb ik nooit een heel verheffend aanzicht gevonden. Ook hier ben ik niet wezenlijk anders over gaan denken door corona. De blik ‘met lede ogen’ had ik al.

En niemand bepaalt voor mij dat ik iets fout of verkeerd moet vinden: dat bepaal ik helemaal zelf. Daar heb ik geen corona-regels voor nodig. En dus ben ik er tegelijk de persoon niet naar om braaf alles te volgen wat me wordt opgedragen.

Ik erger me dus aan het kritiekloos volgen van regels, zoals ik me ook erger aan hersenloos niet volgen van regels. Als je iets niet snapt, kan je het er ook niet mee oneens zijn.

Van hersenloos word ik sowieso niet blij.

Daarom is het ook ergerlijk dat je de hele tijd wordt geconfronteerd met zinloze discussies. Een discussie over de corona-maatregelen, heeft geen zin als je het niet eens bent over het doel dat je wil bereiken met de maatregelen. (Dat laatste schijnt namelijk  een paar keer gewijzigd te zijn de afgelopen maanden.) En voordat je weet wat het doel is, moet je ook zeker weten dat je over hetzelfde probleem praat. Dus: gebruiken we de juiste cijfers en middelen om het probleem te bepalen? Dan: als we het eens zijn over het probleem kunnen we kijken of we het eens worden over wat de oplossing van dat probleem moet zijn. En pas als we het eens zijn over wat de oplossing moet zijn, kunnen we praten over maatregelen.
Maar die drie niveaus lopen de hele tijd door elkaar. Wat de kwaliteit van de discussie niet ten goede komt.

Oh ja: het Johan van Oldenbarnevelt gymnasium (dat nu een paar straten verder zit) was in mei in het nieuws omdat ze het eindcijfer van de eindexamenleerlingen hadden opgeschroefd, omdat hun leerlingen anders benadeeld zouden worden door het wegvallen van de centrale eindexamens. Dit was tegen de voorschriften van de branchevereniging van middelbare scholen. Ze hebben zich niet aan de regels gehouden.

Vandaar dat ik het olifantenpaadje nooit heb weggewerkt in Photoshop.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.