Paaltjes en pijltjes

Wat ik NIET doe als ik aan de wandel ben met mijn camera is: uitgestippelde wandelroutes volgen. Daar is een aantal redenen voor.

1: Past niet bij mijn karakter

2: Slecht zien. Gekleurde paaltjes gaan nog wel, maar driehoekjes op paaltjes, of het lezen van een boekje met een routebeschrijving; nee. Te lastig.

3: Ik ben niet bezig met waar ik mee bezig wil zijn: plaatjes zoeken. Het leidt af. En dat wordt in mijn geval misschien wat versterkt door het slechte zien, maar het is in principe een universeel probleem van waarneming.

Ik zeg overigens niet dat ik het nooit doe. Het kan nog wel nuttig zijn bij een eerste kennismaking met een nieuw gebied. Maar dat is dan één keer en als het gebied zodanig de moeite waard is dat ik het vaker ga bezoeken, blijft het daarbij.

De laatste keer dat ik braaf met een routebeschrijving aan de slag was, dateert alweer van een aantal jaren geleden. Ik heb een boek met routes van Staatsbosbeheer. En een van die routes voert door het Leudal via een mooie omweg die start in Haelen, via de Bedelaar. En dat illustreert dan meteen waarom routes voor mij niet werken. Ik was lang niet in het Leudal geweest, maar nieuw terrein was het ook niet. En Haelen is al helemaal bekend terrein. Maar omdat ik die beschrijving wou volgen liep ik in Haelen al te stressen over mogelijk fout lopen. En voor de duidelijkheid: ik kom al in Haelen sinds ik een klein kind ben. Misschien ben ik er al eens geweest voor ik geboren ben, want daar woonde een tante van mijn moeder. Kortom: bezopen situatie; ik met een kaart in Haelen.

Maar terug naar het nu.
Ik negeer de vooraf uitgestippelde routes. Ik zie genoeg gekleurde paaltjes onderweg, maar ik negeer ze verder. Ze zeggen toch niets als je ze vriendelijk groet. Bij een kruising van bospaden gun ik mezelf het plezier om op gevoel een richting te kiezen omdat ik in de verte een lichtval zie die mogelijk een plaatje op kan leveren. Paaltjes leiden dan alleen maar af.

Ben ik niet bang om te verdwalen? In de natuurgebieden rond Venlo zeker niet. Ze zijn niet uitgestrekt. Alles wordt ergens wel doorsneden door een herkenbare weg of zo. En omdat ik inmiddels een redelijk loopvermogen heb, is het niet snel ‘te ver’ uit de richting. En ook als ik per ongeluk in Duitsland beland is er niets aan de hand. Er zijn vast bossen in het buurland waar dat anders is, maar ook de gebieden direct over de grens zijn verre van eindeloos.

Ander voordeel van slecht zien: ik hoef niet op hetzelfde punt terug te komen. Er staat nergens een auto of fiets te wachten op mijn terugkeer. Als er maar ergens een bushalte in de buurt is, ben ik happy. En tussen de Maas en de grens zit je altijd dicht bij de rijksweg waar de bus rijdt. Plus ik ben prima in staat om te voet terug te gaan.

Dus net als op Vlieland, voel ik een soort van vrijheid. Ik hoef me niet druk te maken om de route.

Maar het is meer dan ‘van de nood een deugd maken’. Dat vrij rondlopen is echt beter voor de foto’s. De Engelse fotograaf Martin Parr weet het mooi te zeggen: je moet een relatie hebben met je onderwerp en je moet die relatie blijven ontwikkelen. En dat is wat je vastlegt in de hoop dat anderen het ook snappen als ze naar de foto kijken.

En een relatie met een gebied ontwikkel je niet door het volgen van paaltjes. Een route heb je nodig om ergens te komen, niet om ergens te zijn.

Daar komt, zeker bij het fotograferen van landschappen, nog eens bij dat je een gebied altijd onder verschillende omstandigheden moet kennen. Zorgen dat je er bent als het weer en het licht anders zijn, maar ook gebieden letterlijk benaderen van de andere kant.

Het gebied dat ik nu begin te ontdekken is de Ravenvennen (zijn de Ravenvennen?). In de herfst was ik er, schandalig genoeg, voor de eerste keer heel bewust naartoe gegaan. Maar ik ben ook, heel bewust, redelijk onbevangen wat rond beginnen lopen. En eigenlijk ben ik die middag in oktober mijn oriëntatie ook wat kwijt geraakt. Maar je kan niet verdwalen als het je niet interesseert waar je bent. En ik hoefde niet exact te weten waar ik mij bevond want een route naar de Rijksweg (= bus) zou zich dus altijd wel openbaren.

En nu, na het derde bezoek, beginnen de puzzelstukjes helemaal in elkaar te vallen. Opeens begin ik de verschillende karakteristieke plekken in mijn hoofd aan elkaar te rijgen en wordt het gebied ook gevoelsmatig kleiner.

En zo kom je weer terug bij punt 1: karakter en persoonlijkheid. Het is niet eigenwijs om eigenwijs te zijn. Deze benadering van een gebied is precies hoe creativiteit werkt. Vergelijk creativiteit met een fysieke ruimte. De creatieve ideeën zijn de ideeën die het verst van jouw idee verwijderd lijken. Maar dat komt niet omdat de mensen met creatieve ideeën grote stappen maken of door de ruimte vliegen. Ze zetten ook maar één stap tegelijk en elke stap volgt logisch op de vorige. Maar ze kiezen bewust een andere route en komen dan ergens anders uit.

Peter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.