As de sterre…….

De mooiste Limburgse vastelaoveslidjes (carnavalsliedjes; Weerter dialect) zijn de liedjes met veel couleur locale. (Om eens een goeie dialect-uitdrukking te gebruiken.) Ze verwijzen naar specifieke plaatsen, mensen of gebeurtenissen en/of leunen heel erg op een dialect. Veel mooie liedjes zijn daarom niet universeel inzetbaar in Limburg, laat staan dat de mensen van buiten Limburg enig idee hebben dat ze bestaan. Maar gelukkig is een aantal lokale pareltjes zo goed en charmant dat ze wel bekendheid genieten buiten de plaats waar het geboren is.

Als Weertenaar ken ik het Venlose liedje ‘As de sterre dao baove straole’ zodoende al lang. Het liedje stamt uit 1977 (Tekst: Frans Boermans Muziek: Thuur Luxembourg) en het was in ieder geval een favoriet in de carnavalsvereniging waar mijn ouders lid van waren: De Lapswanze ’59. Het lokale karakter van het liedje is heel subtiel. Het is een liedje over een verliefde jongeman die wat privacy wil om tijd door te brengen met zijn vriendinnetje. Dat is universeel te begrijpen. Het liedje wordt alleen nog mooier als je de omgeving van Venlo kent.

Het eerste lokale geintje zit al in de titel. Iedere Limburger verstaat: ‘Als de sterren daarboven stralen…’. Maar als je de omgeving van Venlo kent, staat er ook: ‘de sterren daar boven Straelen’. Met een ‘e’ en met hoofdletter. Straelen ligt over de grens in Duitsland. En zoals dat gaat zijn ook in Venlo diverse historische uitvalswegen naar plaatsen in de buurt genoemd naar diezelfde plaatsen. In de gemeente zijn er zodoende twee Straelsewegen. Eén in Venlo en één in Velden. Verschillende wegen, hetzelfde Straelen. In dit lied gaat het om de Venlose Straelseweg.

Ik woën in de Wien en het in ’t Ven, en gluif maar, det ik mich de bein oèt ren.

De uitdaging van de verliefde hoofdpersoon openbaart zich meteen in de eerste regels. Hij woont in ‘de Wien’ en zijn vriendin in ’t Ven. En dat zijn ook echt twee uiteinden van Venlo. Om in ‘t Ven te komen, kan je het beste via de Straelseweg, maar om in de Wien te komen moet je vanuit het centrum in de richting van andere Duitse plaatsen lopen: Leuth en Kaldenkirchen. De Wien verwijst naar de arbeiders die op het landgoed De Maagdenberg woonden en werkten. Uiteraard is daar een carnavalsvereniging actief met de naam ‘De Wien’. Een paar arbeidershuisjes staan er nog.

Maar voor de romantiek moest onze jongeman zich dus de benen uit het lijf lopen. En heel waarschijnlijk liep een belangrijk deel van de route via de Straelseweg.

Even een zijstraatje. De genoemde Lapswanze ’59 hebben bij hun jubileum in 1981 een beeldje uitgegeven van de Rogstaeker. Het symbool van de Wieërter Vastelaovundj. Het beeldje werd geproduceerd in Venlo bij Atelier Perree. En die zaten toen gehuisvest aan….. de Straelseweg.

In het liedje belooft het verliefde jongmens dat hij elke avond naar ’t Ven zal lopen.

As de sterre dao baove straole,
en as de maon dao baove Haerunge hingk.

En ook Herongen is een Duitse plaats. En kan de maan boven Herongen hangen? Jazeker. Niets geen dichterlijke vrijheid. Het is zelfs een vrij nauwkeurige tijdsbepaling. De maan beweegt immers ook door de nachtelijke hemel. Hij begint in het oosten en dus hangt de maan, gezien vanuit ’t Ven, in de avond boven Herongen.

Dan wil ik wandele nao Schandele mit mien maedje.
Zitte kösmoele beej de Venkoele naeve ’t paedje.

’t Ven is niet het eindpunt. Vanuit ’t Ven loopt het stelletje verder richting Schandelo. Het zal niet om Schandelo zelf te doen zijn, maar als je vanuit ’t Ven naar Schandelo loopt, kom je door het Zwart Water met romantische paadjes, verborgen plekjes en het water van de Venkoelen. En, aldus het liedje, is dat een geliefde plek voor stelletjes. Het is ook een leuke plek om met een camera rond te lopen heb ik afgelopen jaar ontdekt. Niet om stelletjes te bespioneren, maar vanwege al die andere natuur.

Det duit ‘m ’t veurjaor
(ander liedje, zelfde tekstschrijver)

Maar hier  en nu worden de romantiek en de nostalgie van het liedje wreed verstoord door de moderne tijd. ’t Ven en Zwart Water zijn keihard van elkaar gescheiden door de A67. De snelweg naar Duisburg. De meest waarschijnlijke route die ons stelletje ooit gevolgd zal hebben richting Schandelo, is de Grijzendijk. Maar dat laantje stuit dus op die snelweg. Aan de andere kant gaat het deze weg Boswachtersweg.
‘Wandele nao Schandele’ gaat zeker nog wel, maar je moet of via een bedrijventerrein of via een verkeersknooppunt waar de Europaweg en de Weselseweg op elkaar aansluiten. Weg romantiek. En juist die snelweg maakt het liedje zo weemoedig. Toen het lied werd geschreven, lag die snelweg er pas een jaar of 6. Voor bijna iedereen bestond er dus een tijd voor de snelweg. Herinneringen aan een tijd zonder dat ding. Zou het een protestlied zijn?
Het lied doet je er aan denken dat we vroeger anders door de wereld bewogen. We waren niet bang voor een wandeling, en door onze minder uitbundige mobiliteit kenden we onze eigen omgeving beter. Natuurgebieden waren geen afgebakende zones met gekleurde paaltje, maar waren onze leefwereld. Je kon zonder lichtvervuiling de sterren zien. En de jongelui kwamen nog eens buiten.

Peter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.